Wat vind jij van Griekenland?

Een klein en simpel gedachte-experiment is voldoende om jezelf een halt toe te roepen bij het lezen van willekeurig welke krantenkop over de huidige situatie in Griekenland, bijvoorbeeld een kop als “Griekenland is voorlopig een muur”, “Griekenland moet ons gewoon terugbetalen!”, “Griekenland heeft geen toekomst buiten de euro”.

Dit is het experiment: probeer je alles voor de geest te halen dat je ooit in je leven geschreven hebt. Denk aan de eerste woordjes die je op school leerde schrijven, je boodschappenlijstjes, al je liefdesbrieven, alle documenten die je geproduceerd hebt tijdens het uitoefenen van je beroep, de schoolschriften die je misschien op zolder nog bewaard hebt, de vakantiekaartjes die je vroeger schreef, je status-updates, sms-jes, tweets, whatsappjes, sollicitatiebrieven, ingevulde formulieren, enquêtes, belastingaangiftes, dagboeken. Gewoon alles. Ieder woord.

Stel je dan een journalist voor, neem een oprechte, serieuze onderzoeksjournalist. Geef hem een uur de tijd. Misschien twee. Of voor mijn part een hele dag. En laat hem dan een stukje van 500 woorden over al jouw teksten schrijven. Hoe zou hij te werk gaan? Stel je voor hoe jij dat zelf zou doen, bijvoorbeeld als je besluit de zolder eens op te ruimen. Herinner je het je nog, van de laatste keer, toen al die uren vruchteloos voorbijgingen? Want, ja, als je eenmaal aan het lezen slaat… Dat weet je. Dat schiet niet op. Heb je toen, net als ik, uiteindelijk besloten om het allemaal maar weer terug in die dozen te doen? Want selecteren… je zou niet weten hoe.

Handig dus, zo’n journalist, die waarschijnlijk niet eens een hele dag nodig heeft voor dat stukje van 500 woorden. En die daar natuurlijk ook niet de hele dag de tijd voor heeft.

Oké, even pauzeren, nu. Lees dat stukje van 500 woorden eens rustig door.

Herken je jezelf? Misschien dat je zo hier en daar een zin leest die verrassend goed getroffen is, maar verder zal je ook niet al te veel van zo’n verslag verwacht hebben. Wat kan het immers überhaupt betekenen om in 500 woorden verslag te doen van alles dat jij ooit in jouw leven geschreven hebt?

Maar goed, hier is de rest van het experiment. Geef die 500 woorden aan een koppenmaker. Welke je ook wil. Van welke krant dan ook. Wees aardig voor hem. Geef hem de ruimte: acht woorden. Zo eerlijk en terzake als hij maar kan. En laat vervolgens de presentator van het Journaal die acht woorden uitspreken en ga dan tenslotte op straat aan wildvreemde mensen vragen wat ze denken van het oeuvre waarover op het Journaal gesproken werd. En wat ze denken van de schrijver.

Laat ze jouw naam gebruiken en voel de vervreemding, de totale vervreemding, omdat ze werkelijk geen flauwe notie hebben van waar jouw naam naar verwijst. Een bekende klank voor jou, die naam, die je vrijwel altijd zult herkennen in een verder onbegrijpelijke woordenbrij. Maar natuurlijk weten die mensen die jij op straat aanspreekt en vraagt naar die acht woorden van op het Journaal — die mensen hebben werkelijk geen flauw idee waar ze het over hebben als ze jouw naam gebruiken.

Het klinkt zo gemakkelijk. Bij het woord “schuld” hoort het woord “straf”. En het wordt nog veel simpeler als het over geld gaat. Dan betekent “schuld” “terugbetalen”.

Maar wie is Griekenland? Is dat die vriendelijke, flirtende ober, ooit, die op een mooie zomeravond een schoteltje keftedes naast je glas wijn zette? Of dat oude in het zwart geklede vrouwtje dat met een veger in de weer was in dat prachtige Grieks-orthodoxe kapeltje aan het strand? Is het Tsipras? Of die politie-agent die jou lang geleden kleineerde, met zijn zonnebril, en zijn hardnekkig in het Grieks gestelde vragen terwijl hij eindeloos jouw rijbewijs bestudeerde? Is het de Acropolis? De vissersbootjes met hun drogende netten? De Griekse kolonels van weleer? De verzengende zon? De Gouden Dageraad?

En van wie is dat geld? Was dat van mij? Van ons?

Maar wat wordt er dan in hemelsnaam met “ons” bedoeld? En met “van”? Wie heeft die schuld gemaakt? En wat betekent “schuld”? En hoezo “gemaakt”?

De vragen houden niet op. Als je eenmaal begint en flink doordrongen bent van de onvoorstelbare abstractie die zich heeft voltrokken als er acht woorden zijn gemaakt van alles dat jij ooit in je leven hebt geschreven…

Die abstractie is zó gigantisch! Als je dat tot je laat doordringen dan besef je hoe gemakkelijk de taal je verleiden kan een mening te hebben die niets maar dan ook helemaal niets betekent: “Griekenland stemt tegen Europa”.

Ik wil zulke abstracties begrijpen. Er heel concreet aandacht aan besteden. Ik wil nadenken over wat het betekent om een mening te hebben, een mening te vormen, een mening te omarmen. En, ja, dat ga ik in Griekenland doen, het land van de oude wijsgeren. Ik neem er een week de tijd voor. Veel te kort. Maar lang genoeg voor het samen herkauwen van acht woorden. Want het zou mooi zijn als je meegaat, een week filosoferen, van 26 april tot 2 mei 2015.

Ik noem het ‘een impuls voor je gezonde verstand’. Ik steek de filosoof in jou een hart onder de riem. Ik gebruik ook nog een andere frase: een ommetje naar jezelf. Want dat is het. Na die week heb je geen andere meningen, en ook geen betere. Maar je hebt je eigen meningen wel op een andere manier. Omdat je beter weet wat er schuilgaat achter acht woorden.

Wat ik ook niet onbelangrijk vind: zo zie je nog eens iets anders van Griekenland. En je kunt er een beetje liefde planten. Liefde voor wijsheid. Ze hebben het er immers bedacht, ooit: φιλοσοφία.