Het ROC van Amsterdam en Flevoland organiseert jaarlijks een Taalfestival, een dag waarop ze hun taaldocenten (Nederlands en NT2) in het zonnetje willen zetten.

De dag begint met een keynote en daar hebben ze mij voor gevraagd. Ze willen graag een verhaal over de oorspronkelijke betekenis van het woord ‘school’, dat in het oude Griekenland van 350 v. Chr. zoiets als ‘vrije tijd’ betekende, namelijk de tijd waarin je kunt oefenen in iets dat je nog niet kunt en daarom natuurlijk ook niet afgerekend wordt op je prestaties. Hoe anders is dat dan wat we vandaag de dag onder ‘school’ verstaan. Hoe is dat zo gekomen en hoe kunnen we weer voor iedereen educatieve ruimte creëren?
