Bevrijding

Als kind vond ik het enorme contrast tussen 4 en 5 mei heel belangrijk. De duisternis en de zwaarte van de dodenherdenking, het grote verdriet om het zinloze doden, de honger, de verlatenheid. De onmacht die in die eenzame trompet klonk, en dan die klokken. De vlag halfstok. Dat aan de ene kant, op 4 mei.

Maar dan! Op 5 mei die vlag omhoog, uitbundig, feestelijk. De oorlog is voorbij! De vijand verjaagd. En vrij, eindelijk vrij. Bevrijdingsdag.

Ik begreep het moment zo goed, het moment van de bevrijding, dat je eindelijk alle ellende achter je kunt laten en dat je nu vrij bent en kunt doen wat je wilt. Kunt zeggen wat je wilt. Kunt zijn wie je wilt.

Mijn associatie was die van een kind, natuurlijk. Ik wist maar al te goed wat het betekende om vrij te zijn. Als de school uitging. Als de laatste bel klonk en je verder die middag vrij had, of op vrijdag alvast dat hele weekend welkom heette, of – helemaal te gek – als je op de laatste dag voor de zomervakantie die gigantische ruimte voelde, die onafzienbare, eindeloze vrijheid van de grote vakantie. Zoiets moest het zijn: bevrijdingsdag. Dat je nooit meer naar school hoefde. Dat de vakantie begon, voor eeuwig.

Nu ik ouder ben besef ik hoe misleidend dat kinderlijke beeld van bevrijding is, hoe misleidend ook dat contrast tussen 4 en 5 mei, alsof het om dat ene moment gaat, om die deur die opengaat, die oorlog die je afsluit, waarna het leven in al zijn onbegrensde mogelijkheden aan je voeten ligt.

Nu ik ouder ben denk ik aan hoe moeilijk het is om de oorlog uit een kind te halen. Ik denk aan het slachtoffer van een loverboy voor wie haar bevrijding een langdurig traject was, vol zelfverloochening, dat nog jaren voortduurde, ook na die twijfelachtige dag waarop de bevrijding misschien nog niet eens begon. Ik denk aan de dappere psycholoog die met haar eigen psychische kwestbaarheid ‘uit de kast’ is gekomen, die onder haar eigen zelfstigma geleden heeft, en nu beseft hoe pijnlijk het is om terug te kijken en te zien hoe zij zichzelf al die jaren gedevalueerd heeft, zonder dat zij dat doorhad. En ik denk aan mijn eigen geploeter door mijn eigen leven waarin ik ook al vallend en opstaand ouder dan vijftig moest worden voor ik een beetje inzicht begon te krijgen in hoe ik op een goede manier voor mijzelf kon zorgen.

Ons vaderland kan veel van deze persoonlijke geschiedenissen leren. Het gaat niet om een moment. Je kunt niet van de ene op de andere dag bevrijd zijn. Het gaat niet om een simpele onderdrukking, niet om een gemakkelijk herkenbare, foute overheerser, niet om het bij wet regelen van de vrijheid die ieder van ons op enig moment toekomt.

Bevrijding is een voortgaand proces. Bevrijding vraagt om medemenselijke steun, om een liefdevol klimaat waarin wij elkaar kunnen en durven aanmoedigen eerlijk en waarachtig oud te leren worden. Bevrijding vraagt om aandacht, om aandacht tijdens de vakantie, om permanente vorming. Bevrijding vraagt om een heel ander type onderwijs dan dat waarbij bellen, zoemers, toetsen en diploma’s het einde van het leren aankondigen.

Bevrijding vraagt om iets anders dan een bevrijdingsdag.

Wij volwassenen weten dat wel. Maar laten we de kinderen onder ons niet misleiden met zo’n platgeslagen idee van bevrijding. Want dat zorgt voor een heel akelig zelfstigma.