Er zit een diepe fout in onze alledaagse visie op de rol die kennis in het sociale domein speelt. We komen de fout overal tegen, met name in sectoren waarin het idee heeft postgevat dat er behoefte is aan een expertisecentrum. De fout kwam ik jaren geleden op een frappante manier tegen in een korte conversatie die ik had met de onderwijsdirecteur van een grote en belangrijke opleiding van de Radboud Universiteit. Ik was juist aangesteld als academisch leider van het Radboud Teaching and Learning Centre en maakte kennis met deze directeur. “Mooi”, zei hij. “Goed dat jullie opgericht zijn en heel fijn dat de onderwijsinnovatie en docentontwikkeling nu bij jullie is belegd. Dan hoeven wij dat niet meer te doen.” Het was misschien als een grapje bedoeld, maar hij zei het echt. En misschien was hij een tikkeltje cynisch, maar hij meende het echt. Als opleiding hadden zij geen verstand van onderwijsinnovatie en van docentontwikkeling en gelukkig hoefde hij zich daar voortaan geen zorgen meer over te maken. Want wij hadden die kennis wel.
Wellicht nam hij zich voor om nog eens bij ons te komen shoppen, of om een docent die niet functioneerde naar ons toe te sturen. En misschien dacht hij ook nog wel dat mocht hij eens een docent met vernieuwende onderwijsideeën tegenkomen, hij deze docent zou adviseren om eens met ons contact op te nemen. Maar dat was het dan verder wel. Ieder zijn ding. De schutting tussen de afdelingen kon gewoon blijven bestaan.
In een wereld waarin kennis als koopwaar wordt gezien, als een product, een instrument dat benut kan worden om iets ingewikkelds voor elkaar te krijgen, ligt deze vergissing voor de hand. En in complexe organisaties waarin ieder onderdeel zijn eigen budget heeft, wordt deze vergissing wellicht zelfs onontkoombaar. Maar het blijft een vergissing. De vergissing steunt overigens op een onhoudbaar cognitivisme, zoals ik in diverse publicaties heb betoogd, zoals bijvoorbeeld hier.
In deze blog beperk ik me tot een beeldpraak die de gebruikers van expertisecentra bekend in de oren zal klinken, al zullen ze schrikken van de ironische draai die ik eraan geef. Maar daar gaat het om.

Zie een expertisecentrum als een gereedschapskist, een bak vol buitengewoon handige instrumenten waarmee van alles en nog wat gedaan kan worden. De medewerkers van het expertisecentrum ontwikkelen en verfijnen aan de lopende band het instrumentarium dat zij in beheer hebben en hebben er buitengewoon veel plezier in om te laten zien wat je met die instrumenten allemaal kan doen. Ze lenen ze graag uit en komen zelfs graag een keertje voordoen hoe het werkt.
Wat niemand verder echter in de gaten lijkt te hebben, is dat hoe meer handige instrumenten er in die gereedschapskist zitten, hoe meer onthand de gebruikers op de werkvloer zijn. En neem dat gerust letterlijk: onthand. Want in het sociale domein weet iedereen ook dit: je bent als professional zelf het instrument. Maar als al die kennisinstrumenten in het expertisecentrum liggen opgeslagen, dan hebben de gebruikers op de werkvloer letterlijk geen handen meer waarmee zij die instrumenten zouden kunnen bedienen. Die handen liggen immers ook in de kist.
Moraal: trek mens en cognitie niet uit elkaar!
