Nog zo’n pensionado-dingetje…
Wat mij de laatste tijd opvalt, is dat vrijwel alle doodgewone handelingen van mensen bijna vanzelfsprekend verschijnen in een kader van inspanning en prestatie. Dan heb ik het niet zozeer over de successen – en de tegenvallers – van de schaatsers in Milaan, al geeft sport ons wel bij uitstek een helder voorbeeld van het kader dat ik bedoel. Maar ik zie het overal: bij het halen van de bus, het doen van boodschappen, het manoeuvreren door het verkeer, het bellen van een vriend, het maken en nakomen van een afspraak, het lezen van de krant, het bereiden van een maaltijd, het schoonmaken van het huis, het voorbereiden van een vergadering, het uitwerken van aantekeningen, het schrijven van een email, zelfs bij het opstaan in de morgen.

En het bijzondere is dat me dit ineens pas ging opvallen omdat de dingen die ik doe zich niet meer in dit kader tonen. Ik hoef helemaal niets meer. Als een schaatser wint, maar vooral als zij verliest, opent zich onmiddellijk een nieuw kader waarin er iets geleerd moet worden voor de volgende keer, waarin er iets moet, waarin iets moet lukken, iets dat inspanning vraagt en gericht is op succes, iets dat draait om prestatie. En dat geldt niet meer voor mij. Ik hoef helemaal niets meer te leren. Ik hoef ook helemaal niets meer te kunnen. Als ik de bus mis, is er natuurlijk een volgende, en als het de laatste was, dan ga ik lopen. Als ik niemand bel en geen afspraak maak, dan opent zich geen enkel kader waarin ik dat dan morgen eindelijk toch maar wel eens moet doen. Nee, maak ik het huis niet schoon, dan is het niet schoon, en maak ik het wel schoon, dan is het wel schoon. Meer is het niet.

Je zou kunnen denken dat het er allemaal niet meer toe doet, dat mijn bestaan zinloos is geworden, maar zo voelt het totaal niet. Het heeft juist een enorm bevrijdend effect. Ik doe wat ik doe voorbij inspanning en prestatie. Misschien is dit een vorm van wu wei, van het taoïstische ‘niet-doende doen’. Maar dit is dan wel een vorm van wu wei die tegelijkertijd ook bevrijd is van al die verborgen associaties met moeiteloos presteren door vervolmaakte oefening – zoals in het beroemde verhaal over de kok, of keukenhulp, van de vorst die zijn mes feilloos weet te hanteren tijdens het slachten van een rund. Want die kok is natuurlijk wel vooral aan het presteren.
Dat doe ik niet. Mijn wil, mijn verlangen, mijn engagement is op een heel andere manier aanwezig in wat ik doe. Ik ben met pensioen. Ik hoef helemaal niets. Precies zoals ik wil.

Door gezondheidsbeperkingen heb ik het ‘moeten’ en ‘willen’ al eerder mogen (moeten?) afleggen. Het duurde even, maar is idd bevrijdend. Wel ervaar ik nog af en toe de neiging tot ‘oud’ gedrag. Opstaan, gaan presteren, vooruitgaan…maar waarheen eigenlijk? In ‘de leegte’ en in ‘de stilte’ kom je werkelijke schoonheid tegen, zo stelt Bieke Vandekerkhove. Het kost even wat moeite, maar dan ‘heb’ je ook wat.
Behoefte. De behoefte blijft. Gelukkig wel. Maar het móet niet. Het mag en je wil. Ik geniet er dagelijks van. Genietze.
Je bent wat is? Meer niet? Dat is wat het is?