Kennis en conditie

Zo nu en dan verbaas ik me weer eens over het gemak waarmee kennis naar voren geschoven wordt als de panacee voor wat er mis gaat in ons onderwijs. Soms draait het om de valse tegenstelling tussen kennis en begrip, soms om de valse tegenstelling tussen kennis en kritisch denken, dan weer om de valse tegenstelling tussen kennis en onderzoeken of de valse tegenstelling tussen kennis en motivatie. Wat mij in al die gevallen dwarszit, is dat er zo slordig – of eigenlijk gewoon niet – over kennis wordt nagedacht.

Veel van die onnadenkendheid heeft te maken met het idee dat ons langetermijngeheugen toch op de een of andere manier op een opslagruimte lijkt, op een container waarin kennis bewaard kan worden. Welnu, ik heb ooit scheikunde in mijn vakkenpakket gehad en tot en met 6 vwo altijd ruime voldoendes gehaald. Duits liet ik daarentegen vallen zodra dat kon, en nooit heb ik me voor dat vak zodanig ingespannen dat ik voor proefwerken meer haalde dan een 6 of een 6-.

Als filosoof heb ik echter Kant, Hegel, Nietzsche, Bloch, Habermas en nog vele anderen in het Duits leren lezen, terwijl ik nooit van mijn leven nog iets gedaan heb met het periodiek systeem, met koolstofverbindingen, zuurgraden of molaire verhoudingen. Ik weet gewoonweg helemaal niets meer van al die scheikunde.

Waarom heb ik dat indertijd allemaal geleerd, en belangrijker nog, moeten leren? Waarom wordt er zo gedachteloos gesproken over de basiskennis die iedereen zou moeten verwerven? Waarom maken we zo gemakkelijk en zo volhardend de fout om te denken dat kennis op een cruciale manier van conditie verschilt? Of zijn er soms ook mensen die denken dat het voor hun conditie voldoende is dat ze die ooit tijdens de gymles hebben opgedaan?

De vergissing die vaak gemaakt wordt, is dat we kennis veel te gemakkelijk reïficeren, er een ding van maken dat je zou kunnen bezitten, dat je in je geheugen op kunt slaan zoals je een trui in een kledingkast bewaart, een vork in de bestekla en een boek in de boekenkast. Maar zo zit dat niet. En we zouden dat kunnen weten, omdat we ook niet zo met conditie omgaan. Iedereen weet dat je die moet onderhouden, steeds opnieuw, omdat conditie vanzelf uit je systeem verdwijnt. Net als mijn scheikundige kennis, trouwens. En in feite ook net als mijn beheersing van het Duits. Die ben ik blijven ontwikkelen, hoewel ik nauwelijks Duits geleerd heb, maar wel veel geoefend.

Hier is een voorstel. Laten we in onze discussies over het onderwijs het woord kennis voortaan vermijden. Het is immers ook een akelig generiek woord, waarvan niemand weet waarnaar het precies verwijst. Laten we het woord ‘kennis’ vervangen door ‘onderscheidend vermogen’, ‘oordeelsvermogen’ en ‘handelingsvermogen’. Ook dat zijn generieke woorden die met een domein verbonden moeten worden om betekenisvol te kunnen zijn. Maar de winst is onmiddellijk groot. We zullen snappen, en accepteren, dat je deze vermogens moet blijven oefenen, omdat ze net als conditie vanzelf uit je systeem verdwijnen als je ze niet onderhoudt.

Je gebruikt en oefent je onderscheidend vermogen als je, bijvoorbeeld, het verschil opmerkt tussen wat ‘Meer’ in het Duits en in het Nederlands betekent of als je het verschil opmerkt tussen de derde en de vierde naamval. Je gebruikt en oefent je oordeelsvermogen als je, bijvoorbeeld, begrijpt dat je gebakken aardappelen kunt bestellen omdat er ‘Bratkartoffeln’ op het menu staat. En je gebruikt en oefent je handelingsvermogen als je, bijvoorbeeld, in Berlijn inderdaad gebakken aardappelen bestelt. Het is allemaal niet zo zeer een kwestie van kennis, maar van kunnen.

4 Reacties

  1. Ooit las ik daarvoor het verschrikkelijke woord ‘kunnis’, dat ik abusievelijk aan jou toeschreef. Het is een lelijk woord maar het drukt voor mij wel uit dat het erom gaat wat je met de kennis kan, en niet zozeer wat er aan kennis in je hoofd zit.
    “Of zijn er soms ook mensen die denken dat het voor hun conditie voldoende is dat ze die ooit tijdens de gymles hebben opgedaan?” — die vond ik erg leuk 🙂

    1. “Onderscheidend vermogen, oordeelsvermogen en handelingsvermogen” is wat langer dan “kunnis”, maar het komt inderdaad op hetzelfde neer.
      Nu houd ik niet zo van neologismen en zeker niet van lelijke (😛), dus ik houd het toch maar bij de langere beschrijving.

  2. Beste Jan,
    Ik kan uit je stuk niet goed opmaken waarop je de vergelijking tussen kennis en conditie baseert. Ik vraag me af of hier geen sprake is van een categoriefout: kennis en lichamelijke conditie zijn naar mijn mening begrippen van een verschillende orde. Als dat zo is, kun je dan wel zonder meer de conclusie trekken dat kennis, net als conditie, verdwijnt wanneer je haar niet onderhoudt?
    Alex Piepenbrock
    Toegepast filosoof in opleiding

    1. Dank voor je reactie, Alex.
      Wellicht zou je minder geneigd zijn te denken dat er sprake is van een categoriefout als ik niet over ‘kennis’ had gesproken, maar over ‘cognitie’. Ik kan me zo voorstellen dat ‘cognitie’ en ‘conditie’ gemakkelijker begrepen kunnen worden als zaken die tot dezelfde categorie behoren, namelijk tot de categorie van de competenties.
      Als dat het geval is, dan stel je met je vraag als het ware de gelijkstelling tussen ‘kennis’ en ‘cognitie’ aan de orde. Die gelijkstelling wordt in de filosofie psychologisme genoemd, een positie waarover lang en gedetailleerd getwist kan worden. Zie bijvoorbeeld hier.
      Veel van die discussies zijn in de onderwijsfilosofie niet van groot belang, omdat we het dan niet over “kennis überhaupt” hebben, maar over wat Pietje of Marietje weten, over de kennis die zij moeten opdoen of hebben opgedaan. Dan hebben we het in feite over één van hun competenties: cognitie.
      Mocht je nu denken dat er toch nog steeds sprake is van een categoriefout in het gelijkstellen van cognitie en conditie, dan zou ik je willen vragen hoe plausibel je denkt dat mijn stelling is dat ons onderscheidend vermogen, ons oordeelsvermogen en ons handelingsvermogen als vanzelf uit ons systeem zullen verdwijnen als we ze niet onderhouden. En dan is een daarop volgende vraag hoe plausibel je denkt dat mijn stelling is dat cognitie min of meer gelijkgesteld kan worden aan deze drie vermogens.

Reacties zijn gesloten.