Het aardige van mijn (inmiddels voltooide…?) loopbaan is dat ik zo af en toe weer eens totaal verrast word doordat mensen uit een sector waaraan ik eigenlijk nooit een gedachte heb gewijd, mijn werk blijken te kennen en het nog interessant en relevant vinden ook.

Zo werd ik onlangs geïnterviewd voor het blad Zwembadbranche. Ik ben zelf niet zo’n zwemmer, hoewel ik als kind jarenlang de hele zomer te vinden was in zwembad Den Hommel. Maar sinds mijn kinderen hun zwemdiploma’s gehaald hebben – en dat is toch al meer dan 20 jaar geleden – ben ik nauwelijks meer in een zwembad geweest. En dat mijn werk iets met leren zwemmen te maken zou kunnen hebben… Ik heb er nooit een seconde aan gedacht.
Tot afgelopen zomer. En nu staat er een heel stuk in het blad Zwembadbranche (compleet met een naar mijn zin wel wat al te grote foto). Je kunt het ook hieronder lezen:
‘Pippi Langkous’: Leren zwemmen in een oefenruimte, niet in een repetitiehok
Jan Bransen is emeritus hoogleraar filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, maar filosofie is voor hem geen academische bezigheid die zich afspeelt tussen de muren van een universiteit. Zoals hij zelf zegt: “Filosofie hoort overal thuis, ze moet dicht op de samenleving zitten. Het gaat voor mij vooral om het bevragen van wat vanzelfsprekend lijkt.” Die onderzoekende houding richt hij al jaren op het onderwijs. Maar wat is zijn visie op zwemonderwijs?
Jan staat bekend om zijn heldere en soms provocerende visie op onderwijs. In zijn boek ‘Gevormd of vervormd?’ betoogt hij dat school kinderen niet alleen vormt, maar ook vervormt door hen te reduceren tot de rol van leerling die steeds verder afraakt van zijn eigen nieuwsgierigheid en wil. Hij pleit voor een fundamenteel andere aanpak: onderwijs als oefenruimte, waarin jongeren niet alleen leren voor school, maar leren leven. Die boodschap brengt hij via boeken en zijn bekende ‘verwarringsvoordrachten’, wat een kruising is tussen schoolmeester, cabaretier en filosoof. Reden genoeg om hem te vragen naar zijn kijk op het zwemonderwijs, al laat hij meteen weten daar nooit specifiek bij te hebben stilgestaan. “Ik heb eigenlijk nog nooit over leren zwemmen nagedacht sinds ik me met de onderwijsproblematiek bezighoud. En het is ook wel heel lang geleden dat ik met mijn kinderen naar zwemles ging.” Maar hij deelt graag zijn visie, en gaandeweg het gesprek blijken de parallellen verrassend herkenbaar. Vooral zijn kijk op de oefen- en repetitieruimte biedt ook voor het zwemonderwijs interessante inzichten.
Het beeld van de oefen- en repetitieruimte ontleende Jan aan een muzikant-collega, Robert-Jan Gruijthuijzen, die hem het verschil daartussen uitlegde. Want in het repetitiehok zweet je de hele week omdat zaterdag het optreden is en alles goed moet gaan. In de oefenruimte verken je nieuwe muziek, rustig en zonder de druk van een eindmoment. Dat onderscheid raakte Jan. School moet in zijn ogen geen repetitiehok zijn, en hetzelfde zou je dus kunnen zeggen van de zwemles. De kern van zijn denken is eigenlijk heel eenvoudig: je leert het meeste door te ervaren en te doen. “Een rijke omgeving is heel belangrijk,” zegt Jan. “Je leert vooral heel veel door te doen, door uit te proberen in een veilige omgeving. Leuk, interessant, uitdagend zijn de ingrediënten. Niet door instructies te volgen of toe te kijken hoe een ander het doet, maar door zelf in beweging te komen in een omgeving die uitnodigt en prikkelt.“ Voor zwemmen betekent dat concreet: een kind dat met plezier het water ingaat, dat mag spartelen en proberen en het gewoon nog een keer probeert als het niet lukt, leert zoveel meer dan een kind dat gespannen baantjes trekt omdat het diploma eraan komt. “Zie zwemles als die oefenruimte.” Voor het diploma gaan kinderen dan vaak naar de repetitieruimte, maar ook dat zou dan niet nodig hoeven zijn. “Als je het afzwemmen toetst in de oefenruimte zelf, wordt het diploma een formaliteit. Dan wordt het echt een feestje en haal je de spanning van dat moment eraf.”
Aanmoedigen speelt ook een belangrijke rol, maar dan wel in de juiste houding en op het juiste moment. “Als een kind leert lopen, moedigen we dat ook aan. Dat is heel belangrijk. Uiteraard alles in perspectief, je hoeft niet constant complimenten uit te delen, en het hoeft ook niet overdreven.” Voor de leeftijd waarop kinderen meestal leren zwemmen is het geven van zelfvertrouwen bovendien cruciaal. “Wat je in ieder geval nooit wilt doen, is dat zelfvertrouwen ondermijnen met een opmerking die te vroeg komt, een verwachting die te hoog ligt, of een reactie die laat merken dat je teleurgesteld bent.” Ouders spelen daarin een grotere rol dan ze soms beseffen. “Voorbeeldgedrag, betrokkenheid en blijven stimuleren maken een wezenlijk verschil.” Maar er is ook een valkuil waar ouders die hun kinderen naar zwemles sturen onbewust in stappen. “Veel ouders zijn bang voor verdrinking, wat een terechte zorg is als een kind nog niet kan zwemmen, maar onbewust prent je in dat water gevaarlijk is. Met alle gevolgen van dien als een kind moet leren zwemmen.” Wie dat beeld uitstraalt, maakt het voor een kind moeilijker om zich volledig over te geven aan de vreugde die zwemmen juist kan geven. “Je wil juist overbrengen dat water fijn is om in te bewegen. En het helpt dan natuurlijk enorm als ouders hun kind hierin ook aanmoedigen. En dan niet alleen in het zwembad, maar ook thuis, ook op de momenten dat het even niet lukt.” Daarnaast moet je het ook voordoen. “Het is net als met lezen: kinderen gaan met veel meer plezier lezen, als ze zien dat hun ouders graag zelf lezen. Dus laten zien dat je zelf graag zwemt helpt enorm.”
Jan sluit af met Pippi Langkous. “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan – dat is precies de houding die je wil overbrengen. Nieuwsgierig, onbevreesd, spelend.” Die instelling past ook bij een filosoof die gelooft dat verwondering het begin is van alles. En een kind dat het water instapt zonder te weten of het gaat lukken, maar wel met de zin en het lef om het gewoon te proberen, belichaamt exact die houding. “Bedenk ook dat kinderen altijd wel iets leren. Het hoeven niet steeds grote stappen te zijn, probeer dat ook te zien.” Het diploma komt dan vanzelf als de oefenruimte goed is. Niet als eindpunt waar alles op aankomt, maar als een mooie en welverdiende bevestiging van wat een kind al lang aan het ontdekken was. En een kind dat zwemles zo heeft meegemaakt, als iets wat fijn was, uitdagend en vol kleine overwinningen, zwemt z’n hele leven met plezier.

Heerlijk ..,echt heerlijk om te lezen.
Het neemt me “effe” terug in de tijd.
Kind zijn en zwemles..!
Maar ook een soort juf zijn in mijn
Schooltje in Portland Oregon.
Ik schrijf sort of.. omdat kids al op hele
jonge leeftijd.. jou de wereld , dus ook
Zwemmen kunnen laten ervaren, op een heerlijke speelse manier! Ben nog altijd, leeftijd nu 85,
Dankbaar dat ik heb mogen samenwerken met all those Great kids.., ages 3 thru 6. Sommigen maakten jaren later weer contact. Lucky me!
Net als het lezen van jouw heerlijk delen .. zwemenkind zijn!
Liefsforyou, Kit in nu wonend in Huizen