Morele nabijheid

Ooit bedacht ik een gedachte-experiment waarmee ik aannemelijk wilde maken dat de morele afstand tussen Geert Wilders en Mohammed B. – voor wie dat niet meer weet, de moordenaar van Theo van Gogh – verwaarloosbaar klein is. Tenminste, als je hun beider levens vergelijkt met het leven van een betonplaat die aan de rand van de Spaanse polder nabij Schiedam op een parkeerplaats ligt. Het gedachte-experiment draaide vooral om het voorstellingsvermogen dat nodig was om enigszins aannemelijk te kunnen maken dat die betonplaat een leven had. Vandaar dat ik hem een naam gaf, Betono, en verlangens en overtuigingen.

In het gesprek dat ik zogenaamd met Wilders en Mohammed B. heb gevoerd wijs ik hen op het vanzelfsprekende belang van familierelaties:

We praten over de familie die Betono niet heeft. Zijn ouders worden niet langzaam ouder, krijgen niet meer behoefte aan zorg, voelen de eenzaamheid niet op ze afkomen door het wegvallen, één voor één, van hun broers, zussen, vrienden, collega’s, bekenden. Er is ook geen wrok, bitterheid, spijt of vreugde om de rol die zijn ouders gespeeld hebben in zijn jeugd, de vorming die ze mogelijk hebben gemaakt of juist hebben gehinderd. Er zijn geen goede jeugdherinneringen. Betono ligt daar maar, zo alleen, zo onbeweeglijk.

Dan praten we over de kinderen die Betono nooit zal krijgen. We voelen het gemis van het vertroetelen en koesteren van die kleine, schattige baby’s. Betono zal nooit stoeien, nooit knuffelen, nooit eens een hand strijken door het haar van een slapend kind, nooit getroffen worden door een stralende glimlach bij het ochtendgloren.

En het is precies dit belang van de ouder-kindrelatie waarvan ik me vanmorgen ineens bewust was in een ontmoeting met een niet-menselijk leven. Bij het uitschuiven van het zonnescherm, verder dan we de afgelopen dagen hadden gedaan, raakte het scherm de jasmijn die tegen de zijmuur in volle bloei staat. En, warempel, volledig verschrikt vloog daar ineens een merelvrouwtje uit de struik. Een week of twee geleden was zij druk in de weer geweest met het bouwen van een nestje in de jasmijn, maar sindsdien hadden we niets meer van haar gezien. Ze zal haar plan opgegeven hebben, dachten wij. Die jasmijn staat immers ook wel dichtbij ons terras en met het mooie weer van de afgelopen tijd zitten we veel buiten. Ik kon me goed voorstellen dat dat veel te onrustig voor een broedplaats is.

Maar het was nu toch duidelijk dat er een nestje in de jasmijn zat. Binnen de kortste keren verscheen ook het merelmannetje ten tonele en angstvallig probeerde hij te bekijken hoe het met het nest stond en of en hoe zijn vrouwtje weer terug zou kunnen keren. Met gevaar voor eigen leven probeerde het vrouwtje inderdaad terug de jasmijn in te vliegen, maar zo onder het zonnescherm door ging dat eigenlijk niet.

Toen kwam de morele nabijheid binnen!

Ik móest reddend optreden en het scherm een stuk inschuiven. En inderdaad, nadat ik het scherm een meter terug had geschoven, vloog het vrouwtje snel terug, de jasmijn in, weer terug op haar eieren, weer terug bij haar kroost. Het deed me goed. Ik begreep de paniek van die vogels zo goed. Ik begreep hun zorgen, hun heldenmoed, hun toewijding.

En terwijl ik even vergenoegd over deze fascinerende morele nabijheid zat na te mijmeren, schoot me ineens te binnen dat ik vanochtend bij het instappen van mijn slippers een spinnetje in een van mijn slippers had zien zitten, die ik gauw – bah, geen spinnen aan mijn voeten – had doodgetrapt. Was daar dan sprake van morele afstand?

Ik weet niet of ik mij schaam voor dit chauvinisme. Ik vrees van niet. Blijkbaar bevoorrecht ik gedachteloos een levenssoort die de ouderliefde duidelijk koestert. Zou ik aardiger voor spinnen kunnen worden als ik me zou voorstellen dat ook zij met liefdevolle toewijding voor hun kroost zorgen? En zouden al die strijdende partijen overal op aarde sneller geneigd zijn met vechten te stoppen als zij zich bewuster zouden zijn van de liefdevolle familierelaties die niet alleen voor henzelf zo belangrijk zijn, maar ook voor hun vermeende vijanden?

Ik heb er een hard hoofd in – gedachte-experimenten zijn leuk en aardig, maar je beëindigt er geen oorlogen mee, vrees ik.

2 Reacties

  1. Dearest Jan..,
    Keek uit naar je schrijven..en dan!! Ben je daar ineens!! Heerlijk lezen en voelen en gedachten die even terug springen,omdat je zelf ook die ervaringen herkent. Van gisteren…in al zijn voorkomens. Dus leven et etc in al zijn vormen.
    Door al de jaren heen.

    Heb een fantastische jaar, waar in je af en toe effe terug duikt in dit omarmend schrijven,door jezelf.
    I for sure will! Liefsforyou and family, Kitty

  2. Het zijn niet alleen maar gedachte-experimenten volgens mij. De verbeelding is ook een macht en een kracht. Ik lees de biografie van Spinoza. Invloed heeft hij zeker wel gehad met zijn ideeën. Ook in zijn tijd van conflicten en machtsvertoon. En wat te denken van Pesso-psychotherapie? Lichaamsgericht én verbeeldingskracht samen gebruiken in contact met een professionele therapeut werkt helend. Begrijpen door te lezen en te schrijven gaat daaraan vooraf. Is mijn ervaring. Hartelijke groet Margret Kaandorp

Reacties zijn gesloten.