Sinds gisteren ben ik bij de Internationale School voor Wijsbegeerte waar ik samen met twee vrienden, Marjan Slob en Marco Kunst, een denkvakantie organiseer over wat verhalen vermogen. En inmiddels is gebeurd wat ik wist dat zou gebeuren: het is op het moment dat ik dit schrijf vijf uur in de vroege ochtend van dinsdag. Ik heb mij zojuist gedoucht en geschoren, want ik ben wakker. Ik ben al een uur wakker, en in feite al langer dan een uur. Natuurlijk kan ik in bed blijven liggen, wakker, met een hoofd dat gonst van de ideeën, van de indrukken en de uitdagingen. En ik wist dat dat zou gebeuren, in deze eerste nacht. Het is allemaal te veel voor mijn arme hoofd. Het gonst en gonst, en stuitert op en neer van indruk naar indruk, als een aap van tak naar tak.

Wat ik niet wist, en ook nog niet eerder gedaan heb – je moet namelijk toch een beetje goed voor jezelf zorgen zolang je nog niet met pensioen bent – is dan maar gewoon opstaan en de dag om vijf uur te laten beginnen. Dat doe ik nu. Nu. En wie weet is het vroeg genoeg om een beetje orde te scheppen in die wirwar van indrukken, in dat Überraschungsfeld dat onze leefwereld is, om maar eens een Duitse filosoof van stal te halen: Arnold Gehlen. Want dat is het, een Überraschungsfeld, zeker zo’n eerste dag van een cursusweek.
We hebben het over verhalen, over narrativiteit, over de rol van verhalen in ons leven – het meervoud én ook het werkwoord. We hebben het over het verschil tussen wetenschap en kunst, over het verschil, én het verband, tussen feit en fictie, over het onderscheid maar ook de overeenkomst tussen de realiteit en de verhalen over die realiteit, over ‘ronde’ verhalen, met een kop en een staart, met een structuur en een plot, met betekenis. Betekenissen. Over verhalen die een perspectief verraden, die perspectief bieden, richting en oriëntatie, die macht verhullen of onthullen, die om interpretatie vragen. Om interpretaties, meervoud. Want ook dat is wat verhalen doen, of misschien wel wat verhalen – als werkwoord – doet.
Dat ‘ronde’, afgeronde, van verhalen boeit me. Dat houdt me bezig, omdat de eenheid die een verhaal vormt, die het verhalen creëert, waardoor een verhaal een begin en een eind heeft, waardoor het een geheel vormt; omdat die eenheid alleen maar kan bestaan in de context van wat daarvoor gebeurd is en daarna nog zal gebeuren. Zoals ook deze week een geheel zal zijn, met een kop en een staart, maar alleen maar omdat het gewoon zomaar één week is tussen al die andere weken. Eentje die oplicht, wellicht, en niet alleen omdat hij zich op dit moment voltrekt. We hebben ernaar toegeleefd, ernaar uitgekeken, en we zullen er ongetwijfeld nog veelvuldig aan terug denken.
Dat is ook met verhalen het geval. Ook een verhaal begint, en kan ook alleen maar beginnen, als de verteller en de luisteraars ervoor klaar gaan zitten, zoals ook deze week, als een denkvakantie, alleen maar kan beginnen doordat de deelnemers thuis hun koffers hebben ingepakt, verwachtingen hebben laten komen en gaan, hebben nagedacht over wat ze mee zullen nemen, hoe laat ze zullen moeten vertrekken, hoeveel ze vooraf moeten voorbereiden, wat ze zullen kunnen verwachten en wat er van hen verwacht zal worden. Hoort die voorbereiding bij de week? Formeel, volgens de kalender, natuurlijk niet. En als het eenmaal vrijdagmiddag is, dan is deze week voorbij. Hoewel… volgens de kalender hoort het weekeinde er natuurlijk nog bij, bij een week, maar je begrijpt wat ik bedoel. Of…?
Hoe is dat met een verhaal? Hoort de aanloop erbij? Is er al sprake van een verhaal, als de verteller het verhaal thuis bedenkt, wellicht zelfs helemaal uitschrijft, oefent op de uitspraak, op de vertolking, de stemverheffing, de stiltes, het fluisteren, maar het nooit daadwerkelijk vertelt? Is er een verhaal als dat nooit verteld wordt? En is het verhaal voorbij als het laatste woord gesproken is? Ik herinner mij, van lang, lang geleden, dat ik eens een roman heb gelezen waar op de laatste bladzijde beschreven werd hoe dat voor de lezer is nu het verhaal voorbij was, hoe de lezer het boek dicht zou slaan en zou merken dat het in de kamer veel kouder was geworden dan het leek voordat deze laatste bladzijde gekomen was. Hoorde die laatste bladzijde bij het verhaal? Wanneer houdt een verhaal op? En wanneer begint het? En dan vooral die verhalen die zo mooi ‘rond’ zijn, die een kop en een staart hebben.
Daar ga ik de komende dagen nog eens verder over denken. Als dat lukt, tenminste. Als er niet te veel andere indrukken en uitdagingen meer bij zullen komen. Wat, bij nader inzien, nogal onwaarschijnlijk is.

Herkenbaar Elly. Een beetje zoals beeldhouwen, dat schaven en jezelf steeds preciezer uitdrukken.
Bij een cursus van de Schrijversvakschool ontdekte ik dat het ruwe verhaal bijschaven zodat het perspectief niet meer zwabbert en de verhaallijnen logisch samengevlochten zijn, zeker iets doet voor jezelf.
Bij mij komt de vraag naar boven: voor wie schrijf ik een verhaal, voor mezelf of voor anderen? Is al dat schaven dat ik doe om het mooier te maken voor mezelf of doe ik dat voor (een eventuele boodschap aan) anderen?