Veertig jaar geleden schreef ik in een scriptiehandleiding dat je als schrijver de urgentie moet voelen
“dat de geschiedenis van de mensheid een verkeerde afslag zal nemen als jouw scriptie niet gelezen zal worden.”
Toe maar; over een hoge lat gesproken. Ik schreef er nog wel, enigszins relativerend, bij dat dit misschien een beetje megalomaan over zou kunnen komen, maar dat een goede filosofische scriptie om zo’n soort toewijding vraagt. Je schrijft een scriptie omdat je meent dat je iets te zeggen hebt, en niet “omdat het moet, omdat je je diploma wilt halen, omdat het interessant staat, of, omdat iedereen het doet.”

Inmiddels ben ik met pensioen. Het was even zoeken naar een nieuwe vorm voor mijn dagelijkse beslommeringen. Omdat ik zo af en toe nog een voordracht houd, zo hier en daar nog met wat publicaties bezig ben en ook nog een aantal promovendi begeleid, heeft het even geduurd voor ik een nieuwe balans vond tussen activiteiten die ik vroeger ‘werk’ zou noemen en activiteiten waarvoor ik vroeger altijd tijd tekort kwam, zoals fietsen, wandelen, lezen, sporten en gezellig samenzijn met vrienden en familie. Maar inmiddels ben ik goed aan mijn zee van tijd gewend. Wat een tijd! Het is geweldig. En al die tijd kan ik naar eigen inzicht invullen, bevrijd van prestatie-indicatoren en andere bureaucratische flauwekul. Fantastisch!
Mijn pensioen heeft me ook een ander perspectief gegeven op de vraag waarom ik nog iets zou schrijven, bijvoorbeeld een blog als deze. Wat is daar nu urgent aan? Toen ik gisteren iets over Rutger Bregmans Morele revolutie las, herinnerde ik me mijn eigen oude woorden, maar inmiddels wel met enige gêne. Er is niets mis met ambitie en ook niets met grondige toewijding, maar er is wel iets mis met het idee van een verkeerde afslag die de geschiedenis van de mensheid zou kunnen nemen.
Net zomin als ‘de’ mensheid bestaat, bestaat ‘de’ geschiedenis. Er zijn vele geschiedenissen die gelijktijdig, maar ook niet gelijktijdig, en op heel verschillende tijdschalen, verlopen. Geschiedenissen zijn behoorlijk ongrijpbare realiteiten, zijn altijd verbonden met perspectieven, interpretaties en verhaallijnen, maar ontsnappen ook altijd weer aan iedere chronologie, aan iedere overkoepelende duiding, aan ieder unificerend perspectief. De suggestie van een rechte lijn met afslagen die niet genomen moeten worden is té naïef voor woorden voor iedereen die ook maar met een beetje bewuste aandacht eens nadenkt over wat er zoal op een willekeurige dag in hun eigen leven is gebeurd.
Want wat gebeurt er zoal op een willekeurige dag in je leven? Moet je het geknor in je maag meetellen? De lichtelijk slapende voet als je te lang in een bepaalde houding hebt gezeten? Het ontbijt, ook al lijkt dat op het ontbijt van iedere andere dag? Gaat het om specifieke gebeurtenissen die deze ene dag bijzonder maken? Moeten dat gebeurtenissen zijn die zich in jouw blikveld afspelen? Gebeurt een treinongeluk in Thailand, waarover je leest, in jouw leven? Gebeurt zoiets ook in jouw leven als je er niets over zou lezen, zoals een frustrerende ruzie tussen Oekraïense soldaten in een loopgraaf, of een goed verlopen vergadering tussen regeringsleiders in Brussel, die zich beiden op precies deze ene dag in jouw leven afspelen? Horen ze erbij als je er later over hoort, of als je later met regels te maken krijgt die daar in Brussel zijn vastgelegd, en die op enig moment in jouw leven drastische gevolgen hebben voor wat je eet, waar je woont, of hoe je reist? En op welke manier verandert het antwoord op al deze vragen als het niet om zo maar een willekeurige dag gaat, maar als het bijvoorbeeld je geboortedag is, of je sterfdag, of de dag waarop je je scriptie inlevert, of de dag waarop ik ga trouwen. En maakt het voor de geschiedenis van jouw leven dan uit als jij niet op mijn bruiloft uitgenodigd bent, of juist mijn moeder, buurman of aanstaande bruid bent?
Zodra je je realiseert dat dit alleen nog maar een paar van de vragen zijn die je over de historisering van één dag uit het leven van één mens kunt stellen, begrijp je hoe onzinnig moeilijk het wordt om je het leven van die ene mens als één geschiedenis voor te stellen. En zodra we het niet meer over één mens hebben, maar over de hele mensheid, over alle mensen die nu leven, maar ook alle mensen die geleefd hebben en die nog zullen leven… tja, dat wordt een volstrekt hopeloze exercitie.
Dus waarom schrijf ik deze blog? Is er iets van urgentie over de een of andere geschiedenis die ik met deze woorden hoop te beïnvloeden? Is er nog ergens in mijn gepensioneerde bestaan een sprankje megalomanie? En, zo nee, kan ik me dan nog ergens druk om maken? Kan ik urgentie voelen om dit te willen of te moeten schrijven? Of is er een ander belang, interesse, of verlangen dat mij motiveert om dit niet alleen te schrijven, maar het ook nog op mijn website te zetten, zodat jij het kunt lezen. Jij, en ieder ander, die op de een of andere manier in de greep van deze woorden is blijven hangen en helemaal tot hier heeft gelezen, om tot de ontdekking te komen – hier, uiteindelijk – dat het gewoon een paar minuten tijdsverdrijf is geweest. Een paar minuten aandacht voor wat gedachten, voor wat woorden – op die vreemde, hedendaagse, digitale manier, waarbij je tegenwoordig blijkbaar niet eens meer zeker weet of er wel een mens aan de andere kant van het scherm aanwezig is geweest.
Ik heb er mijn aardigheid in gehad, aan deze kant van het scherm. Ik heb geprobeerd iets te zeggen, iets van belang, iets dat zonder enige urgentie de moeite waard is geweest om onder woorden te brengen.

Mag ik zeggen… Heerlijk!!
Dit dagje met van alles en nog wat te lezen.
Sommige woorden, die me aan mijn eigen reis doen denken. Ben nu…ughugh.. 85.
Dank je wel,Jan.
Liefsforyou, Kitty
🙏