Al bijna een halve eeuw verbaast Leo Lamers zich als adviseur natuur- en milieubeleid over ons onvermogen om de aantasting van onze leefomgeving te stoppen. Hij schreef er een boekje over dat gratis te downloaden is.

Mijn laatste boek, En nu? De mens als bedreigde diersoort, heeft Lamers geïnspireerd om met hoop en optimisme te reageren op het somber stemmende besef dat er misschien al geen afdoende omslag meer mogelijk is. We kunnen wellicht, zoals ik betoog, als Homo educandus opnieuw beginnen zodra we accepteren dat Homo sapiens een ten dode opgeschreven passant op aarde is. Dat vind ik een mooi compliment dat de bevindingen, inzichten en argumenten van Lamers echter niet minder verontrustend maken. Want laten we wel wezen: we hebben er als Homo sapiens een puinhoop van gemaakt. Zó slim zijn we nou ook weer niet.
Op een visueel aantrekkelijke en heldere manier laat Lamers overtuigend zien dat Homo sapiens een plaagsoort is, die er in geslaagd is om belangrijke natuurlijke regulatiemechanismen uit te schakelen. We hebben dankzij onze instrumentele rationaliteit enorme concurrentievoordelen geboekt. Geen enkele andere soort komt ook maar in de buurt van de hoeveelheid leefruimte die wij voor onszelf weten op te eisen. Geen enkele andere soort komt ook maar in de buurt van de hoeveelheid voedsel die wij onszelf toeëigenen. Nog maar 4% van de zoogdieren leeft in het wild; 62% van de totale zoogdierenmassa is ons vee, dat alleen maar bestaat om in onze voedselbehoefte te voorzien.
De medische wetenschap heeft ons vervolgens vleugels gegeven in onze strijd tegen ziekteverwekkers, een strijd die ondanks het machtsvertoon van het coronavirus tot nu toe met ogenschijnlijk speels gemak in het voordeel van Homo sapiens uitvalt. En ook de ontdekking van fossiele brandstofen heeft ons een enorm concurrentievoordeel opgeleverd. We groeien onbeperkt door, met een snelheid die we volstrekt niet meer in de hand hebben.
Dat we ons onttrokken hebben aan de natuurlijke regulatiemechanismen wijt Lamers – mij met instemming citerend – aan religie en de Verlichting die ons bedrieglijk laten geloven dat wij heerser over en kroon op de schepping zijn. Lamers verwijst naar het onderscheid dat Matthijs Schouten maakt tussen de mens als heerser, rentmeester en partner of participant en vraagt zich af hoe het toch mogelijk is dat we niet eerder ingegrepen hebben, dat we onze verantwoordelijkheid zo verzaakt hebben en niet hebben willen luisteren naar natuurvolken die ons zo goed hadden kunnen leren hoe we als partner respectvol met onze leefomgeving en alle levensvormen zouden kunnen omgaan.
Lamers laat zien hoe we ons vastklampen aan innovatie en groene groei, hoe we maar niet loskomen van het economische perspectief en blijven streven naar concurrentievoordelen. Daardoor verdwijnt alle milieuwinst die groene groei ons zou kunnen opleveren in het aanjagen van nog meer productie en nog meer consumptie. Een heilloze weg op een planeet die deze snelle groei niet bij kan houden, al was het maar omdat de benodigde grondstoffen eindig zijn en de immense vervuiling eindeloos.
De conclusie is ons allang bekend: “technologische innovatie en groene groei gaan ons dus niet redden.” We moeten “binnen ecologische grenzen gaan leven, uit welbegrepen eigenbelang.” “We moeten dus gaan consuminderen.” (p. 16)
Lamers verwijst naar het werk van Maja Göpel, Jason Hickel, Paul Schenderling en Kate Raworth. Een kleinere en rechtvaardiger economie is denkbaar. Maar is zij ook realiseerbaar? Wie gaat dan het tij keren? Burgers? Bedrijven? Overheden?
Ieder voor zich lijken deze partijen niet in staat om de macht der gewoonte – mijn term die Lamers met instemming citeert – te breken.
Lamers beroept zich op Schouten in zijn analyse dat de huidige ecologische crisis “ten diepste een spirituele crisis” is (p. 20). Vandaar dat Lamers, net als ik, zijn hoop gevestigd heeft op het uitsterven van Homo sapiens en op de kans dat we durven concluderen dat we het alleen niet kunnen, dat we Homo educandus zijn en als debutanten veel zullen kunnen leren van de fouten die we als Homo sapiens hebben gemaakt.
Aan het slot van het nawoord citeert Lamers de Canadese sterrenkundige Hubert Reeves, die de paradox van ons zelfbeeld treffend formuleert: “De mens voert oorlog tegen de natuur, als hij wint is hij verloren.”
Lamers schreef een zeer lezenswaardig boekje dat ons nog maar weer eens met de neus op de feiten drukt.
Lamers boek is gratis te downloaden op landwerk.nl, al maakt het colofon de lezer er terecht attent op dat een kleine financiële bijdrage op prijs wordt gesteld.
