hoekje

De menselijke maat

Vandaag 25 jaar geleden maakte mijn zus een einde aan haar leven. Toen ik vanochtend naar haar graf reed, over snelwegen naar het hart van een oud, weldadig gerestaureerd dorpje, voelde ik het enorme contrast tussen enerzijds de anonieme snelheid van de wereldeconomie (8-baans asfalt, overal auto’s, vrachtwagens, massale nieuwbouw van gigantische distributiecentra) en anderzijds de benauwde millimeterstapjes die haar leven hadden gekenmerkt. De Anton Pieckstijl waarin het oude dorpsplein in ere was hersteld benadrukte het contrast. Dat ik vanochtend vroeg in Vrij Nederland  Roxane van Iperens stuk over de moraalridders had gelezen, versterkte het contrast eveneens.

Hoe behouden wij het zicht op de menselijke maat? Die vraag hield mij bij het graf van mijn zus bezig. Mijn zus was weliswaar geen kanarie in een steenkolenmijn geweest. Haar dood was geen teken en nergens goed voor. Ja, voor haar misschien, maar dan wel een ‘haar’ die verknipt en verbrijzeld was geraakt tussen de ambitie van een geslaagde, onafhankelijke vrouw van de wereld enerzijds en een bang, onzeker en sneu meisje anderzijds.

Vooral de tweespalt houdt me bezig, de tweespalt tussen publiek beeld en persoonlijke beleving, tussen imago en gemoed – een tweespalt waarin we de menselijke maat moeten koesteren maar ook gemakkelijk kwijtraken.

Van Iperen schrijft over het hedendaagse morele verval. Ze noemt de moraal, met een mooi beeld, een “vuurbal in de ruimte die hysterisch heen en weer wordt gemept zonder dat iemand er greep op krijgt.” Fatsoensrakkers, Gutmenschen, leunstoelactivisten, rechtsgekkies, policormutsen en moraalridders: volgens Van Iperen doen ze vooral hun best om elkaar te beschadigen. Ze neemt het op voor de moraal, al geloof ik niet dat haar pleidooi tegen Gabriël van den Brinks pleidooi voor minder moralisme en meer incasseringsvermogen ons helpt de vuurbal in onze greep te krijgen.

Ik zie een ander probleem. De publieke wereld van het beeld, van het imago, van de grote en gemakkelijke woorden, de snelle kliks, de anonieme informatiestromen, de onvoorstelbaar opgeschaalde financiële belangen – die wereld is geen wereld om in te leven. We kunnen er rondhangen met onze ogen, met onze oren, met onze honger naar data. Maar we kunnen er niet in leven. We leven er ook niet in.

Er was nog iets, dit weekend. Een brand in een winkelcentrum in Siberië. 64 doden, waaronder 41 kinderen. De stad heet Kemerovo. Kemerovo. Ik had er nooit van gehoord, maar via Google Street View ben ik er gisterenavond een tijdje gaan rondrijden. Daar lopen mensen zoals jij en ik. Daar schijnt de zon. Daar zijn grote, brede straten met weinig verkeer. Er wordt gebouwd. Er staan metershoge reclamezuilen. Mensen leven daar zestig, zeventig, tachtig jaar zonder zich te realiseren dat er ook in Utrecht en Nijmegen mensen leven. Er zullen daar mensen zijn die op dezelfde dag geboren zijn als mijn zus. En op dezelfde dag gestorven. Zonder die brand, die even onze aandacht vangt, had ik nooit geweten dat Kemerovo een stad in Siberië was. Maar ook zonder die brand zouden daar mensen geleefd hebben en gestorven zijn. Ook zonder die brand zou daar verdriet geweest zijn en bloemetjes op een graf om een sneu, onzeker en bang meisje dat het leven van een onafhankelijke, geslaagde vrouw niet had kunnen verdragen.

Nu komen daar 64 graven bij; 41 voor kinderen. Jarenlang zullen daar ouders met bloemetjes in de weer zijn, met hun verdriet en met hun verbittering. Er zal een onderzoek komen naar het overtreden van de brandveiligheidsvoorschriften. Misschien wordt er een aannemer aangehouden en veroordeeld. Wij zullen het al weer gauw vergeten zijn. Volgende week kunnen wij ons de naam van die stad niet meer herinneren. Vergelijkbare steden zijn er in Mongolië, Brazilië, Laos, Ghana, Turkmenistan, Finland, Nieuw-Zeeland, Canada. Overal. Overal leven en sterven mensen.

En overal heb je de onaantastbare rijken waarover Van Iperen schrijft, die geholpen door gewiekste fiscalisten en oppermachtige lobbyclubs een mondiaal bedrijfsleven hebben gecreëerd dat zich boven overheden verheven voelt en denkt dat alles kan wat wettelijk mag. Dat bedrijfsleven drijft op complexe systeemfouten, aldus Van Iperen. Ze heeft gelijk, denk ik. Maar of haar roep om een strengere zakelijke moraal die systeemfouten bloot zal leggen en zal helpen herstellen…? Ik weet het niet.

Ik denk dat het de digitale afstand is tussen daad en effect, tussen imago en gemoed, tussen publiek beeld en persoonlijke beleving, die ons het zicht ontneemt op de menselijke maat. Ik denk aan de soldaten in de eerste wereldoorlog die nog oog in oog stonden met een medemens die hun vijand was in een daadwerkelijk fysieke strijd op leven en dood. En dan denk ik aan hedendaagse hoge militairen die met een klik van hun muis elders op aarde een precisiebombardement kunnen ontketenen. Ik denk aan de bankdirecteur die vroeger zijn klanten op zondag bij het voetbalveld zag. En dan denk ik aan hedendaagse bankiers die overal en nergens hun stakeholders hebben en die met een enkele klik van hun muis talloos veel aannemers failliet kunnen laten gaan. Ik denk aan de buurtkinderen waar mijn zus en ik vroeger mee speelden, na het eten, als het lente werd. En dan denk ik aan mijn 576 volgers op Twitter en de 640 connecties op LinkedIn die ik niet ken, maar die ik met een klik van mijn muis kan laten weten dat ik weer geblogd heb.

Net als ik moeten die hoge militairen en die rijke bankiers gewoon thuis naar het toilet, poetsen ze hun tanden terwijl ze in de spiegel kijken en hebben ze wellicht een zus die het leven niet verdraagt. Ook zij zetten hun benauwde millimeterstapjes in een leven dat ook voor hen met hulpeloosheid begonnen is, met de ambitie van een baby die nog niet eens om kon rollen, nog niet zitten, niet kruipen, niet lopen, niet praten, niet zelf eten. Ook zij zochten jaren naar de menselijke maat. En ook zij raakten die kwijt in de abstractie van functionele beslissingen waarvan de effecten niet voorstelbaar en niet hanteerbaar zijn.

De wereld is te groot geworden.

Gewone mensen te klein.

Trefwoorden:

Een gedachte over “De menselijke maat

  1. A.Bransen

    Geweldig verhaal en je hebt volkomen gelijk. Het leven gaat veel te snel voorbij en jullie hebben even stil gestaan bij het overlijden van jullie zus. Heel mooi. Groetjes Aly & Anton

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *