9 oktober: Onderwijsvernieuwing of niet?

Al sinds half maart ligt mijn agenda van voordrachten in duigen. Corona heeft op dat vlak drastisch huisgehouden. Voordrachten worden veelal afgezegd, omgezet naar online bijeenkomsten, uitgesteld met hoop op betere tijden en soms vervangen door een min of meer live gebeuren in een – soms provisorische – studio. Dat was ook het geval met het rondetafelgesprek dat zou plaatsvinden tijdens het Nationaal Onderwijs Congres 2020 over vernieuwing in het onderwijs.

Deze talkshow is uitstekend georganiseerd door de Rolf Groep, bij hun op kantoor in Deventer, voor de gelegenheid verbouwd tot een behoorlijk professionele studio. Auke Roks presenteerde dit gesprek over de vraag of onderwijsvernieuwing nodig is om goed onderwijs te (blijven) geven, en wat er dan van belang is wanneer een onderwijsvernieuwing wordt doorgevoerd?

Aan het gesprek namen Jan Tishauser, Tijl Rood en ik deel. Jan Tishauser is programmadirecteur van de Nederlandse ResearchED-conferenties en van onderwijsadviesdienst B&T. Tijl Rood is directeur van Basisschool de Verwondering in Monnickendam en ervaren in het flexibiliseren en personaliseren van het onderwijsproces. En ik deed mee als hoogleraar filosofie, academisch leider van het Radboud Teaching and Learning Centre en auteur van de blog pleidooivooranderonderwijs.nl.

Klik hier voor beeld en geluid: https://vimeo.com/user96658004/review/463806665/18580334c9

19 maart: Onderwijs voor de toekomst

De Vrije Ruimte in Den Haag is een locatie waar democratisch onderwijs wordt verzorgd voor kinderen en jongeren van 4 tot 18 jaar. Zij organiseren een mini-symposium over het onderwijs voor de toekomst waarvoor ze mij hebben uitgenodigd om iets te vertellen over mijn pleidooi voor ander onderwijs waarover ik in Gevormd of vervormd? geschreven heb.

Er zijn ongetwijfeld veel overeenkomsten, maar misschien zijn er ook wel verschillen van mening. Die zullen dan, vermoed ik, te maken hebben met de inhoud, vorm en betekenis van de zogenaamde sociocratische besluitvorming. We gaan het zien.

16 maart: Educational Science as a Practice of Responsibly Reshaping Authority

Het Interuniversitaire Centrum voor Onderwijswetenschappen is een samenwerkingsverband tussen vijftien Nederlandse en Vlaamse universiteiten. Zij functioneert onder andere als Graduate School voor PhD-studenten in de onderwijswetenschappen. Iedere twee jaar organiseert de Graduate School een International Spring School. Dit jaar is dat in de Abdij Rolduc en het organiserend comité heeft mij uitgenodigd om een keynote lecture te verzorgen. Dat vind ik heel eervol en ik doe dat dan ook graag.

Educational science is one of those social sciences that permanently struggles with the ill-conceived distinction between pure and applied science. Failing to escape the undermining effects of this distinction within Academia, educational science seems to have withdrawn itself in a remote niche in which it fruitlessly tries to deny its own inertia. The way out, I shall argue, is to radically refute the distinction between pure and applied science and to boldly claim that it is precisely educational science that is most appropriate to show how to refute this distinction. What we need for that is to take the adjective ‘educational’ literally. 

Educational science is not a science that studies education as if it were an object. Rather, I shall argue, it should understand itself as a mode of inquiry, of life long investigation, an intrinsically dynamic and transitional process of continuously and responsibly reshaping authority. Science, especially social science, is not merely a matter of epistemic authority, of silencing others by means of advancing objective evidence. It is also, and primarily so, a matter of phronesis, of the practical wisdom of those who can listen, who can build confidence and mutual understanding. Taking this seriously will enable us to understand why educational science should leave its peripheral hideout to take center stage in the university. There is a sense in which this is not a new view at all, but a renaissance of a rather traditional ideal: the university as a place for learning, the treasure of a culture that aspires to be responsibly self-critical.

4 maart: Goed onderwijs met perspectief op de toekomst

Hogeschool Windesheim organiseert een Onderwijsdebat over de toekomst van ons onderwijs. Ze hebben mij gevraagd of ik in het panel wil zitten dat samen met de zaal onder leiding van Ruud Veltenaar in gesprek gaat.

Mijn boodschap is vermoedelijk niet zo heel verrassend, maar ik zal wel specifieke agenten leggen. Onderwijs, d.w.z. educatieve omgang, is voor mij de kern van ons menselijk bestaan. Aan onderwijs komt daarom nooit een einde en moet dan ook niet specifiek gericht zijn op wat de leerling na het onderwijs met het geleerde zal kunnen. Het onderwijs moet de scheiding tussen leren en leven doorbreken, een scheiding die op dit moment echter juist aangemoedigd en versterkt wordt doordat we onderwijs in scholen hebben georganiseerd. Dat betekent vooral dat het onderwijs ervoor moet zorgen dat leerlingen van leren blijven houden.

Onderwijsmensen vertellen dit vaak op twee manieren: (1) jongeren moeten leren leren; (2) jongeren moeten metacognitieve vaardigheden ontwikkelen. Voor mij hoeft het niet zo ingewikkeld: jonge kinderen houden doorgaans evenveel van het leven als van het leren. Het onderwijs hoeft er alleen maar voor te zorgen dat dit zo blijft: dat leerlingen geen hekel aan leren krijgen en al helemaal geen hekel aan het leven.

13 februari: Van controle naar vertrouwen

Leve het Onderwijs! is een beweging van schoolbestuurders die geloven in een nieuwe manier van besturen. Zij hebben op 31 oktober 2019 een manifest opgesteld waarvan het eerste punt als volgt luidt:

Onderwijsbestuurders werken expliciet vanuit vertrouwen. Wij accepteren onze kwetsbaarheid doordat wij kinderen/jongeren en collega’s ontwikkelruimte toevertrouwen.

“Wij beloven daarom dat:
– we de ander ruimte én ondersteuning geven om de opgave die hen is toevertrouwd naar eigen professioneel inzicht te vervullen;
– we elkaar de moed geven om ons ongemak uit te spreken, onze kwetsbaarheid te tonen en vertrouwen te hebben.”

Ik was bij de totstandkoming van deze formulering betrokken en het is nu tijd om een volgende stap te zetten: hoe gaan wie dat waarmaken? Ik blijf graag betrokken en werk van harte mee met deze enthousiaste en vooruitstrevende bestuurders. Zij realiseren zich dondersgoed dat de echte uitdaging is om deze nieuwe manier van besturen van onderaf in het onderwijs te laten bloeien.