12 februari 2026: School als vrije tijd

Het ROC van Amsterdam en Flevoland organiseert jaarlijks een Taalfestival, een dag waarop ze hun taaldocenten (Nederlands en NT2) in het zonnetje willen zetten.

Foto: https://www.flowburo.nl/

De dag begint met een keynote en daar hebben ze mij voor gevraagd. Ze willen graag een verhaal over de oorspronkelijke betekenis van het woord ‘school’, dat in het oude Griekenland van 350 v. Chr. zoiets als ‘vrije tijd’ betekende, namelijk de tijd waarin je kunt oefenen in iets dat je nog niet kunt en daarom natuurlijk ook niet afgerekend wordt op je prestaties. Hoe anders is dat dan wat we vandaag de dag onder ‘school’ verstaan. Hoe is dat zo gekomen en hoe kunnen we weer voor iedereen educatieve ruimte creëren?

10 februari 2026: Drie discutabele ideeën over ‘impact’

De sectie Arbeids- en organisatiepsychologie van het NIP organiseert jaarlijks een Diner Pensant voor hun hoogleraren en hoofddocenten. Ze hebben mij gevraagd om tussen het voor- en het hoofdgerecht iets te vertellen over impact.

Dat vind ik een erg aardige uitdaging.

Ik begrijp dat de sectie de impact van de arbeids- en organisatiepsychologie tracht te vergroten. Ik wil een paar van mijn zorgen met hun delen over drie discutabele vooronderstellingen die wellicht schuilgaan achter hun ambitie. Ten eerste versterkt het nadenken over ‘impact’ een causale duiding van betekenis of relevantie, en het is de vraag of dat de bedoeling is. Ten tweede impliceert ‘impact’ een arbeidsdeling die om een kennisketen vraagt – maar of zo’n kennisketen bestaat, of zelfs maar denkbaar is, is de vraag. En als we, ten derde, deze bedenkingen opvatten als een uitnodiging om bruggen te bouwen, bekrachtigen we precies daarmee de kloof tussen enerzijds de wetenschappelijke praktijk en anderzijds de praktijk van arbeid en organisatie.

14 december 2025: Over de macht der gewoonte

Het Humanistisch Verbond in Friesland (Fryslân) organiseert onder de titel Tussen Onverschilligheid en Fanatisme een reeks lezingen filosofie voor een breed publiek. Ze hebben mij uitgenodigd een voordracht te houden over de relatie tussen leiders en volgelingen. Een mooi thema.

Leiders en volgelingen creëren samen onfortuinlijke machtsrelaties doordat alle betrokkenen zich laten leiden – en misleiden – door de macht der gewoonte. Hegel schreef hier al over toen hij het over de dialectiek van de relatie tussen heer en slaaf had. Als we ons voldoende helder realiseren dat de macht der gewoonte het echte werk doet, creëren wij de ruimte die tussen fanatisme en onverschilligheid opgezocht en gevonden kan worden. Want zowel de fanaticus als de onverschillige accepteert de macht der gewoonte als een onveranderlijk gegeven. Maar gewoontes zijn niet onveranderlijk. We kunnen ze afleren.

24 november 2025: Waarom zou je een wetenschap willen van opvoeden en opgroeien?

Bij het verschijnen van Opvoeden en opgroeien. Handboek pedagogiek hebben de auteurs mij gevraagd om met een prikkelende keynote de paneldiscussie aan te zwengelen voordat het eerste exemplaar overhandigd zou worden aan Ahmed Aboutaleb, bestuursvoorzitter van Jeugdzorg Nederland.

Foto: Robert Tjalondo

In mijn keynote betoog ik dat er serieus behoefte is aan intelligente aandacht voor opvoeden en opgroeien, maar dat de vorm die we in de huidige kennissamenleving aan die aandacht geven, niet deugt. Empirisch onderzoek doen naar de relaties tussen afhankelijke en onafhankelijke variabelen in populaties met onbepaalde grenzen zet ouders en kinderen in concrete opvoedingspraktijken op 0-3 achter.

Foto: Robert Tjalondo

3 november 2025: Onderwijs vanuit vertrouwen of wantrouwen?

Het Centre for Teaching and Learning van NHL Stenden organiseert een driedaags Onderwijs Innovatie Festival onder de titel Time to slow down.

Ik mag dat openen met een voordracht waarin ik de aanwezigen zal uitdagen terug te gaan naar het waarom van onderwijs. Daarbij zal ik focussen op ons hogere onderwijs en me afvragen waarom we dat onderwijs organiseren tussen de muren van scholen, collegezalen, werkgroepruimtes en klaslokalen. En waarom sluiten we al die onderwijsactiviteiten eigenlijk altijd af met een toets?