25 september: Misvormd? Nee, maar wel vervormd

Stichting Agora verzorgt onderwijs in de Zaanstreek. Zij organiseren jaarlijks een congres “Leren aan de Zaan” voor al hun medewerkers. Voor dat congres hebben ze mij gevraagd iets over mijn onderwijsvisie te komen vertellen. Dat doe ik graag.

Geregeld merk ik dat mensen de titel van mijn boek over het onderwijs verkeerd onthouden. Ze denken dat het Gevormd of misvormd? heet. Alsof ik zou weten welke vorm onze kinderen zouden moeten krijgen. En alsof ik zou weten wanneer een ontwikkelingsproces mislukt is. 

Maar ons onderwijs vervormt ons wel en dat komt vooral doordat wij het leren isoleren van de rest van ons leven door er een bepaalde periode (onze jeugdjaren) en een bepaalde plek (het schoolgebouw) voor te reserveren. 

Laten we daarmee ophouden.Onszelf corrigeren doen we ons leven lang. Iedere vervorming is tijdelijk.

23 september: Gevormd of vervormd?

In Leusden is niet alleen de uitgever van mijn laatste boek (ISVW) gevestigd, maar ook het Zincafé, een “caféachtige avond waar mensen elkaar ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen met een speciale gast uit de wereld van wetenschap, religie, kunst, cultuur of politiek.”

In dat Zincafé mag ik over mijn onderwijsvisie komen vertellen. Ik heb ze deze samenvatting gestuurd:

Het huidige onderwijsbestel vervormt onze menselijkheid, doordat het ons laat geloven (1) dat je eerst jarenlang moet leren voor je aan het maatschappelijk leven kunt meedoen; (2) dat kennisverwerving het best in kleine brokjes gebeurt waarbij je voortdurend toetst; (3) dat docenten onderwijzen en dat leerlingen daardoor leren; (4) dat diploma’s belangrijk zijn voor je gevoel van eigenwaarde; en (5) dat de kwaliteit van onderwijs bepaald kan worden aan de hand van de resultaten die het heeft.

Jan Bransen zal betogen dat dit stuk voor stuk onjuiste ideeën zijn die meer kwaad doen dan goed. Daarom is het hoog tijd dat we ons onder­wijs anders organiseren, zodat het ons wél ten goede komt, dat het vormt in plaats van vervormt.  In het primair onderwijs zal het dan vooral gaan om de ontwik­keling van het zelfvertrouwen, zodat kinderen hun stem durven roeren. Dat vraagt o.a. om het afschaffen van het té vroeg selectieve schooladvies. In het voortgezet onderwijs gaat het voor jongeren vooral om het leren verwerven van een positie waarin ze ertoe doen. Dat vraagt om onderwijs inen buiten de school. En daarna? Daarna is het tijd voor een ‘tussendecennium’, zodat jongeren de ervaring kunnen opdoen die ze nodig hebben voor het hogere onderwijs.

23 september: “Als het geen hersenziekten zijn, wat zijn psychische stoornissen dan wel…?”

De opleiding tot klinisch psycholoog van Rino Zuid wil het blok Diagnostiek graag beginnen met een kritisch verhaal van mij over wat psychische stoornissen zouden kunnen zijn?

De hoofdopleiders kennen mijn verhaal: psychische stoornissen zijn relaties (1) tussen jou en mij, (2) tussen ons en het script, (3) tussen nu en later, en (4) tussen interpretaties.

Hoe zich dat verhoudt tot de DSM en RDoC zal de post-academische studenten nog wel wat te denken geven.

20 september: Steiner, Dewey en de menselijke natuur

De Vereniging van Vrije Scholen organiseert een festival, het Waldorf100 festival. Zij hebben mij uitgenodigd om iets te komen vertellen over de rol van Bildung in het onderwijs. Dat zal ik doen aan de hand van een aantal belangrijke verschillen tussen het denken van Rudolf Steiner en van John Dewey.

Sommige zaken hebben een aard, een natuur. Mensen niet. Mensen hebben een geschiedenis. Zij doorlopen een traject in de tijd, een verkenning van wat mogelijk zou kunnen zijn. Die verkenning is begrensd, uiteraard, maar niet vooraf al – niet door een vast vertrekpunt en niet door een vaste bestemming. 

Juist omdat mensen een geschiedenis hebben, doordat zij een traject in de tijd afleggen, neemt onderwijs in het menselijk bestaan zo’n prominente plaats in. Dat moet dan wel een open vorm van onderwijs zijn: vrij onderwijs.

21 juni: Role distance, responsibility, and authenticity

Tussen alle voordrachten die ik tegenwoordig over mijn onderwijsvisie houd, zitten deze week twee behoorlijk afwijkende onderwerpen die mij na aan het hart liggen, en waarover ik graag nadenk, onderwijs verzorg, en soms, zoals deze week, ook een voordracht houd.

Op 21 juni mag ik in de Pompekliniek in Nijmegen een gezelschap toespreken dat zich bezighoudt met het ontwikkelen en gebruiken van virtual reality in de behandeling van tbs’ers. Ik zal het over het dramaturgisch model van handelen hebben en over het gespreide regisseursschap dat daarbij hoort in alledaagse scenario’s. Met elkaar dragen wij doorgaans een gedeelde verantwoordelijkheid voor de dominante interpretatie van wat er gebeurt, gebeuren kan en gebeuren moet in de concrete situaties waarin wij verkeren. Dat vraagt om een sociaal-emotionele vaardigheid die lang niet iedereen in voldoende mate heeft, maar waar we ons allemaal levenslang in kunnen blijven bekwamen door te oefenen. Dat oefenen doen ze in de Pompekliniek soms ook in virtuele scenario’s. Dat brengt echter weer een heel eigen niveau van verantwoordelijkheid met zich mee voor programmeurs en behandelaars, een verantwoordelijkheid voor de keuze-architectuur die in scripts ingebouwd wordt die typisch een offline karakter heeft.

20 juni: Als het geen hersenziekten zijn, wat zijn psychische stoornissen dan wel?

Tussen alle voordrachten die ik tegenwoordig over mijn onderwijsvisie houd, zitten deze week twee behoorlijk afwijkende onderwerpen die mij na aan het hart liggen, en waarover ik graag nadenk, onderwijs verzorg, en soms, zoals deze week, ook een voordracht houd.

Op 20 juni ben ik in Hilvarenbeek en spreek ik voor een groep GZ-psychologen in opleiding over de metafysica van psychische stoornissen. Dat zal over het wetenschappelijk wereldbeeld gaan, waarin functionele relaties niet als normatieve relaties begrepen kunnen worden waardoor ze bijna altijd herleid (en vervormd!) worden tot causale relaties. Het zal ook over het onderscheid tussen natuurlijke en historische soorten gaan en over de rol van waarheidsaanspraken. Ik ben benieuwd of we goed in gesprek zullen kunnen komen over de grote vanzelfsprekendheden in de gedragswetenschap: essentialisme en atomisme. Als dat lukt, zal de aandacht vanzelf afdwalen van het ziektebegrip en van de neurologische blik, en zal zoiets als RDoC veel van zijn ogenschijnlijke charme kwijtraken.

17 juni: Ontmoet Leiders in Verandering

Claire Boonstra van Operation Education is behoorlijk enthousiast over mijn boek Gevormd of vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs. Dat is ook niet zo gek, omdat haar beweging en mijn visie heel goed sporen en elkaar kunnen versterken.

Daarom ben ik ook blij dat ik zo snel opgenomen ben in hun serie Ontmoet Leiders in Verandering.

Op 17 juni noemen ze dat “Ontmoet Jan Bransen“. Ik ga met de aanwezigen onderzoeken hoe we het onderwijs zó zouden kunnen organiseren dat het ons vormt in plaats van vervormt.