Er is geen cockpit

De onlangs geklapte kabinetsformatie – als dat überhaupt al het woord is dat past bij de gesprekken die de afgelopen weken onder leiding van Ronald Plasterk plaatsvonden – lijkt op dit moment in ieder geval één ding duidelijk te maken: op 23 november 2023 zijn wij helemaal niet in een ander land wakker geworden.

Slechte politiek en onnozele media hebben Wilders weliswaar onbekommerd op hun podia gehesen, maar verder is er nog niets veranderd in ons denken over hoe wij zouden kunnen samenleven. In dat denken speelt wat ik ‘het idee van de cockpit’ noem namelijk nog steeds een allesbepalende rol: het idee dat er ergens in Nederland een bestuurskamer is waarin zich een dashboard bevindt en een verzameling knoppen. Op dat dashboard is alle relevante informatie gedetailleerd en volledig voorhanden, zodat de juiste koers bepaald kan worden. En aan die knoppen kan gedraaid worden, zodat heel het raderwerk ten goede van koers zal veranderen. De vraag lijkt nog steeds te zijn wie er uiteindelijk in die cockpit terecht zal komen.

Het idee van de cockpit is echter volstrekt ondeugdelijk en incoherent. Een samenleving is geen vliegtuig, geen mechanisch raderwerk. Het idee van de cockpit ontkent ten diepste wat fundamenteel is voor ons samenleven. Samenleven doe je namelijk samen! Daarom zal niemand op een beslissende en doorslaggevende manier aan de knoppen van een ander kunnen draaien. Iedereen die ook maar iets begrijpt van liefdesrelaties weet dat zo’n relatie kansloos is als de een de ander daadwerkelijk kan besturen. Je wilt dat je partner van jou houdt – natuurlijk – maar als jij dat met een druk op de knop zou kunnen regelen, dan is dat precies niet wat je verlangt. Je wilt immers dat je partner uit zichzelf op eigen grond van jou houdt. Liefde kan niet besteld worden. Het is een cadeau dat je alleen maar kunt krijgen door het te geven. En dat geldt principieel ook voor ieder samen leven.

Het kan wellicht een wat onhandige slip of the pen zijn geweest van de boekenredactie van de Volkskrant dat zij op zoek zijn naar schrijvers die de boel een beetje kunnen bijsturen, die ons kunnen vertellen hoe het met Nederland verder moet. Want dat klinkt toch als een uitnodiging aan deze schrijvers om in de cockpit plaats te nemen, om hun verhaal te doen over wat zij op het dashboard zien staan en om dat verhaal te laten bepalen hoe er aan de knoppen moet worden gedraaid.

Maar er is helemaal geen cockpit en juist dat zal het verhaal van deze schrijvers moeten zijn, zal hun enige verhaal kunnen zijn. Want hoe krachtig ook hun gave van het woord, een schrijver die niet gelezen wordt, komt nergens. Dat is precies het punt, precies ook de kracht van verhalen. Schrijvers hebben lezers nodig. Schrijvers kunnen het niet alleen. Schrijvers hebben niet eens een taal van zichzelf, omdat de taal altijd fundamenteel onze taal is, van niemand in het bijzonder en daardoor juist van iedereen. Een schrijver die een verhaal vertelt, moet daarom buigen, zoals Anton van Duinkerken ooit dichtte, voor de vreemde gril der woorden die zijn dienaars zijn. Die buiging is ook een buiging voor de lezers die het verhaal eerst pas tot een verhaal zullen maken, die zich de woorden zullen toe-eigenen en er hun eigen draai aan zullen geven.

Een hoopvol verhaal voor een samenleving zonder cockpit zal een verhaal zijn dat onze pluraliteit op het podium hijst, dat de meerduidigheid en de verschillen tussen onze perspectieven in de spotlights zet, en dat juist daardoor voor weerklank en instemming zorgt. Zo’n verhaal vraagt om een andere mentaliteit. Die mentaliteit zoekt de hoop niet in de schrijver, maar juist in de lezers, in hen die ontvankelijk zijn, die nieuwsgierig en dapper openstaan voor wat ze nog niet eerder hoorden, die niet zelf het hoogste woord voeren maar begripvol kunnen luisteren.

Zulke daadwerkelijk begripvolle lezers hebben ander onderwijs nodig dan wij ze nu bieden, onderwijs waarin het niet om een curriculum gaat, waarin er geen sprake is van een doorlopende leerlijn die de volgende generatie op hun bestemming aflevert. Zulke lezers hebben onderwijs nodig dat ze een vrije oefenruimte biedt, zodat ze leren ervaren dat ze toekomst hebben, dat wij toekomst hebben, een min of meer onbestemde ruimte die voor ons ligt, waarin van alles mogelijk is, waarin niet de ‘echte schrijvers’ maar wij – lezers – naar elkaars verhalen zullen luisteren. Want luisteren, daar gaat het om!  

Deze blog verscheen eerder in de Volkskrant van 10 februari 2024. Lees eventueel hier.

1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *