Niemand in de stad

Ik zag een film. Niemand in de stad. Ik wist vooraf niet waar ik naar ging kijken – een verrassingsfilm, doe ik wel vaker. En het zal wel aan het boek liggen waarvan ik begin deze week het manuscript naar mijn uitgever heb gestuurd, maar wat ik in die film zag was het failliet van ons onderwijssyteem, van het universitaire onderwijs maar vooral ook het middelbaar onderwijs. Voor wie de film niet kent, het is een schets van het studentenleven gebaseerd op de gelijknamige roman van Philip Huff die zich liet inspireren door zijn eigen tijd bij een Amsterdams corpsdispuut. Hoe realistisch de typische corpsbaltaferelen zijn, weet ik niet. Maar de machteloosheid en de hulpeloosheid die deze jongens laten zien in hun poging hun leven te leven troffen mij diep. Ik vond het stuitend en verontrustend om te zien hoeveel geld en onbestemde tijd deze jongeren hebben en pijnlijk om te zien hoe groot hun isolement is, zowel individueel als collectief. Het onvermogen om contact te maken, om ook maar iets van hun zorgen te delen, is ongemakkelijk groot. Dat is trouwens meer een expressief onvermogen dan een communicatief onvermogen. Ze kunnen het met niemand goed hebben over de dingen die hen bezighouden, maar dat komt vooral doordat ze volstrekt niet in staat zijn hun zorgen voor zichzelf onder woorden te brengen. Ze hebben in al hun karikaturale gebral geen idee wat ze met hun eigen leven aan moeten.

Je zou kunnen denken dat deze jongens teveel vrijheid hebben, omdat ze alle tijd en ruimte voor zichzelf hebben. En dat is ook zo, behalve dat deze jongens nog helemaal geen ‘zichzelf’ hebben, dus het enige wat dan van al die tijd en ruimte overblijft is een enorme leegheid, zonder richting, zonder begrip, zonder oriëntatie, zonder enthousiasme. De levenslust zit zo diep verstopt achter al dat oppervlakkige en impulsieve gedoe dat je je afvraagt wat die jongens in hemelsnaam in de eerste twintig jaar van hun leven geleerd hebben over zichzelf en hun leven. Het antwoord dat zich opdringt is: niets. Helemaal niets! Ze hebben ongetwijfeld van alles geleerd, want ze moeten het VWO succesvol doorlopen hebben, maar, mijn god, wat een praktisch-existentiële armoede!

Ik schreef gisteren een blog over educatieve vrijheid. Toen had ik de film nog niet gezien. Maar de tijd en de ruimte die deze jongens voor zichzelf hebben, heeft helemaal niets met vrijheid te maken. Die jongens denken zelf van wel, als ze aan het eind van hun studententijd vrezen dat ze vooral hun vrijheid zullen missen, maar daar vergissen ze zich deerlijk in. Deze leegte heeft niets met vrijheid te maken. Niets.

Hadden ze maar leren luisteren van mensen die kunnen luisteren. Die daarin het voorbeeld geven. Want dan hadden ze kunnen leren praten, leren experimenteren met woorden, aandachtig leren observeren, zorgvuldig leren formuleren. En dat neem ik hun middelbare school kwalijk. Want daar heeft het ontbroken aan een pedagogisch, wat zeg ik, een menselijk klimaat.

De film laat overigens niets van die middelbare school zien. Dus ik speculeer. We zien wel de ouders van die jongens en, tja, die weten er ook helemaal niets van te maken. Niets. Maar zij zijn op hun beurt zelf weer de hopeloze en hulpeloze kinderen van hun eigen tijd. Het is te gemakkelijk om naar die ouders te wijzen als de boosdoeners. Ik wil ook helemaal niet naar boosdoeners wijzen. Daar is de film veel te verdrietig voor.

We krijgen in de film geen enkele onderwijsruimte of docent te zien. Dat is blijkbaar verenigbaar met het leven van een studentenleven. Dat zou wat mij betreft onmogelijk behoren te zijn! Je bent een student als je studeert, niet als je een studentenleven leidt. Daarin schuilt voor mij het faillissement van het universitair onderwijs. In de film wordt op een gegeven moment een onthullende en schrijnende opmerking gemaakt. Hij lijkt wijs bedoeld, maar ik denk dat de regisseur de pointe mist. De ene corpsbal legt aan de andere corpsbal uit waarom er geen ramen in de sociëteit zitten. Dat is niet om te voorkomen dat anderen naar binnen kunnen kijken, zegt hij. “Nee, zodat wij niet naar buiten hoeven te kijken.” Ik zie dit anders: zodat studentenleven en academische studie twee gescheiden werelden kunnen blijven.

Blijkbaar accepteren wij dat, dat een studentenleven een leven is dat zich volstrekt buiten de studie kan afspelen. Dat vind ik de ontluisterende boodschap van deze film. De universiteit heeft zich Bildung totaal uit handen laten glippen.